Overweldigend en overrompelend. Van een onwerkelijke schoonheid en met een indringende mystieke betekenis. Wereldberoemd. Erfgoed van de Lage Landen. Onwaarschijnlijk indrukwekkend, ja betoverend. Zó kan ie wel weer. Maar het is wel waar. Het 15e eeuwse én onvolprezen werk van Hubert en Jan, beter bekend als de gebroeders van Eyck. Gaat dat zien.
In de Sint-Baafskathedraal. Een prachtig bezoekerscentrum is er tegen de illustere kerk aangeplakt. Functioneel en zeer toegankelijk. Het is de poort naar de Sacramentskapel. De plek waarvoor het altaarstuk ruim vijf eeuwen geleden werd gemaakt, en waar het nu in een magnifieke entourage valt te bewonderen. Achter glas. en nog altijd in de ban van het onopgeloste mysterie van het gestolen paneel De rechtvaardige rechters. Sinds 1934 foetsie, en omgeven met tal van misdaadtheorieën. De aanbidding van het Lam van God, een verwijzing naar Christus als het offerlam uit de Apocalyps, wordt er niet minder indrukwekkend door. Integendeel.
De stad Gent ( spreek uit: Hent ) heeft in mijn jeugd een deeltje van mijn hart veroverd, en dat blijft van haar. Voorgoed. Met een zekere regelmaat bezoek ik de hoofdstad van Vlaanderen. Altijd weer word ik opnieuw betoverd door de schoonheid en intimiteit die je ervaart op de Korenmarkt, bij de Kouter, aan de Vrijdagmarkt en vooral rond het stoere Belfort. Zichtbaar en voelbaar heerst hier een eeuwenoude traditie. De historie van een stad waarvan de betekenis ver uitsteeg boven het vlakke Vlaamse land, ooit zo mooi en teder bezongen door Jacques Brel.
Hent, waar ik als klein manneke in het ‘Van Eyck’ leerde zwemmen, met Kerst de nachtmis bijwoonde in de Sint-Baafs, en met school mijn eerste musisch-culturele ervaringen opdeed tijdens uitvoeringen in de Opera.
De beroemde Van Eyck’s aardden er. Zij verwierven status aan het Gentse hof van de hertog van Bourgondië. Eeuwige roem viel hen ten deel met hun kunstzinnige strapatsen.
De vraag waarmee men zich in de landen van De Bokkenrijders bovenmatig bezighoudt, of zij van origine Limburgers dan wel Brabanders zijn, is vanuit Gent’s perspectief volstrekt irrelevant. Ze zijn immers ‘ van Hent ’. De vaneyckentwist tussen amateur-geleerden in Maaseik en Bergeijk, getuigt van aandoenlijke liefde voor heemkunde. Aan de wereldwijde furore van de kunstzinnige gebroeders, kan het niets toevoegen.
Al wandelend langs de Leie met een neuzeke ( met frambozensmaak ) of een praline van Deduytschaever in de mond, is het nagenieten van het wonder van het Lam Gods. Het lijkt hier tastbaar te zijn geworden op de hoek van elke middeleeuwse straat.

