Ontboden ten stadhuize

Van wenkbrauwenfronser werd ik stilaan enthousiasteling. Als we dan tóch gáán voor lintjes, die dan vooral uitreiken aan hen die belangeloos waardevolle diensten leveren aan de samenleving. Goed voor de sociale samenhang, betekenisvol voor de naaste omgeving en een pluim voor hén die het echt verdienen. Objectieve toetsing vanuit de overheid vormt een garantie tegen uitwassen en mogelijke vriendjespolitiek. En het werkt goed, zo lijkt het. Met een zekere regelmaat ben ik getuige geweest van de grote vreugde én eer die de toekenning teweeg brengt bij gedecoreerden. Waardering vanuit de eigen leefomgeving vertaald in een landelijke onderscheiding.

In álle geval veruit te prefereren boven de betrekkelijke willekeur waarvan in het verleden nog wel eens sprake was. Of ben ik bevooroordeeld en bestaat die praktijk nog steeds? Gedecoreerd worden omdat de job of klus naar behoren is vervuld, is welbeschouwd belachelijk. Meestal worden belangrijke en verantwoordelijke functies immers uitgeoefend in de wetenschap dat er een redelijke tot riante financiële vergoeding tegenover staat. Een extra, min of meer automatische waardering in de vorm van een koninklijke onderscheiding is dan onzin, en op z’n minst gênant. Het decoratiestelsel heeft immers vooral als doel om gewone Nederlanders in het zonnetje te zetten vanwege hun maatschappelijke verdiensten, in het bijzonder vrijwilligerswerk. Toch tref je bij publiek gefinancierde instellingen, zoals onderwijs, zorg en justitie, nog wel relicten van een meer feodaal stelsel. Verantwoordelijke functies die goed betaald worden, leveren als bijna vanzelfsprekend een lintje op aan het eind van de rit. Vreemd eigenlijk.

Maar ja, naast vrijwilligerswerk schijnen ook maatschappelijke verdiensten of uitzonderlijke prestaties meer dan voldoende aanleiding tot decoratie te zijn. En bepaal maar eens in welke gevallen die voldoende aanleiding zijn tot een voordracht bij de Koning.

Het is een bijzondere traditie. En ondanks alle goede bedoelingen tóch ingekleurd en subjectief. In de ene gemeente regent het lintjes in de andere gemeente dien je de gelukkige met een lampje te zoeken. Waar het op de ene plek ‘normaal’ is dat er flink wat ‘ridders’ bijkomen, is het elders zuinig beleid met vooral nieuwe ‘leden’ in de orde van Oranje-Nassau.

Ook dit jaar prijkt mijn naam alweer niet op de lijst van gedecoreerden. En ook de meeste van mijn Eindhovense stadsgenoten zullen die constatering vanmorgen hebben gedaan. Het zou wat zijn….wij allemaal, ‘maatschappelijk verdienstelijk’ als we denken (geweest) te zijn, op het bordes van het stadhuis. Dat past natuurlijk voor geen meter.

In 2025 ontvingen trouwens slechts 18 uitverkorenen in mijn stad een Koninklijke Onderscheiding. In een stemmige ambiance uitgereikt in het Parktheater, door burgemeester Dijsselbloem himself. De algemene gelegenheid wordt deze bekendmaking van nieuwe lintjesdragers ook wel plechtig genoemd. Naast déze lintjesregen heeft Eindhoven jaarlijks gemiddeld ook nog 10 uitreikingen tijdens bijzondere gelegenheden. Dat maakte dat we vorig jaar zo’n 28 nieuwe buitencategorie-stadsgenoten konden verwelkomen.

Wat zegt dat in verhouding? Eindhoven komt met 28 onderscheidingen op ongeveer 1,2 per 10.000 inwoners. Ter vergelijking: nationaal werden in 2025 3.427 onderscheidingen uitgereikt, dat zo’n 1,9 per 10.000 Nederlanders. Eindhoven zit flink onder het landelijk gemiddelde. Er schijnt dus nog plek op het bordes.

Grotere steden leveren relatief minder voordrachten op per inwoner dan kleinere gemeenten, waar sociale netwerken hechter zijn. En met deze plausibele verklaring kan ik weer prima ongedecoreerd verder. Dan had ik maar een fijne dorpsere woonomgeving moeten kiezen. Met het discomfort van meer sociale controle en een grotere onderlinge afhankelijkheid.

De vele geridderden in mijn directe omgeving kan ik nu weer wat beter duiden: zij dragen óf de last van de kneuterigheid in het dorp óf verbazen zich misschien over hun kennelijke maatschappelijke verdienste. Zó bezien kan ik maar beter achter het decorale net blijven vissen. Scheelt me in elk geval díe last of verbazing. En kan ik frank en vrij de jongste lichting geridderden vandaag van harte feliciteren.

Een gedachte over “Ontboden ten stadhuize

  1. Daarbij zijn er mensen die zo’n lintje weigeren of weer teruggeven.

    Rommelen in de marge van het algemeen welzijn blijft inderdaad makkelijker.

    Wonen in een grotere gemeente doe ik al.

    Al heb ik mooie herinneringen aan mijn schooltijd in Eindhoven en jeugd onder de rook van Eindhoven.

    Vrolijke voorjaarsgroet uit Amsterdam

    Like

Geef een reactie op Rob Alberts Reactie annuleren