De cultureel-historische context ligt er voor het oprapen. Een prachtige, duurzame en natuurlijke omgeving. Om dat semi-populair te willen duiden met een voortdurend herhaald, maar toch vooral armzalig ‘beleven’, het blijft merkwaardig. Alsof we dat al niet voldoende doen: beleven. Commercials, podcasts, trips, events: het staat allemaal bol van het beleven. Soms zou je denken dat we met z’n allen niks anders doen dan de godganselijke dag van alles willen beleven. Het is ook zó sáái allemaal….
De Eindhovense Genneper Parken vormen één van de meest geliefde en gekoesterde plekken in de stad. Het platteland wordt er bewaard en met liefde onderhouden. Zodra je de ‘stad’ verlaat, metropolitaans en doordrenkt met technologie en innovatie, waan je je plotsklaps in het land van De Contente Mens en Antoon Coolen. Een mix tussen Kempen en Peel. Wandelen, vissen, uitrusten, spelen, fietsen en ontspannen: in alle geval kun je er verlangzamen én, jawel, beleven…
Museumpark VONK wordt er binnenkort geopend door Zijne Majesteit de Koning himself. En terecht dat hij bij die gelegenheid naar Eindhoven afreist: het heeft heel wat administratieve rompslomp gekost alvorens de eerste schop voor de bouw van het stadsmuseum zijn beslag kon krijgen. Procedure op procedure. Bezwaarmakers en belanghebbenden te over. Plaatselijke bestuurders en bestuursrechters hebben er heel wat aan mogen beleven.
Het Prehistorisch Dorp krijgt een nieuw aanzien. VONK is de naam, als verbindend begrip bij alles wat zich de afgelopen duizenden jaren in deze stad heeft afgespeeld. Er is van alles te zien en te doen. Geweldig initiatief op een bijzondere plek.
Om dat fantastische stuk stad voortaan te belasten met aanduidingen zoals een ‘ Wereld van Beleven’, een ‘ Tuin van Verwondering ‘ en een ‘ Werkplaats van Verbeelding ‘ getuigt echter van te weinig gevoel bij Gennep. In het beschermde natuurgebied wordt er al decennialang gastvrijheid geboden aan de museale entourage van Het Prehistorisch Dorp. Tot ieders tevredenheid. De komst van museum VONK zal zéker een verrijking blijken te zijn. Eindelijk kan er een streep gezet worden onder het jarenlange gezeur over het ‘verlies’ van de Steentjeskerk als hét gedroomde streekmuseum voor Kempenland. En dat is winst.
Maar om in de nieuwe omgeving meteen maar door te schieten naar het jargon dat niet zou misstaan in een pretpark, is misplaatst. Communicatie kan zich beter richten op een bescheiden profiel van herkenbaarheid. Eentje dat echt nieuwsgierig maakt, en massale toestroom voorkomt. Wel zo fijn voor de buurt. Gennep behoort óók aan hen.

