Met een mobieltje in de hand, komt men door het ganse land

Soms haal ik opgelucht adem als ik zie dat mijn schermtijd de afgelopen week minder is geworden. Waarom? Joost mag het weten. Schuldgevoel? Had ik mijn tijd toch beter kunnen besteden? Dat éne, héél goede boek heb ik weer niet uitgelezen. Uurtje extra wandelen?

Is het echt nodig dat ik ál die fantastische functies ‘op het scherm’ daadwerkelijk gebruik? Per saldo blijft mijn gemiddelde te hoog, en lukt het niet om de curve blijvend een dalende lijn te laten vertonen. De verleiding is te groot, het gemak compleet en de gewoonte inmiddels te diep ingesleten.

En toch verbeeld ik me dat ik het gebruik van mijn mobiel gedisciplineerd weet te managen, zelfbeheersing vertoon om het apparaat tijdig opzij te leggen. De geneugten dienstbaar maken aan mijn dagelijkse agenda: de ultieme legitimatie van mijn smartphone. Functioneel, gedoseerd. Geloof ik het zelf? Nauwelijks. Het kan écht een tandje minder.

De mogelijkheid om eenvoudig beschikbare hulpmiddelen te gebruiken die leven en werken veraangenamen, is van alle tijden. De informatiesamenleving van nu heeft het enkel nóg intenser gemaakt. Er is nauwelijks ontkomen aan. Toch blijft eenieder verantwoordelijk voor eigen keuzes. Van hogerhand beperkingen opleggen zou een gênante vertoning zijn. Tenzij de nationale veiligheid in het geding is.

In mijn middelbareschooltijd gebruikten we uittreksels. Samenvattingen van boeken die je literatuurlijst sierden. Examenstof. De docenten ontraadden het gebruik ten strengste. De syllabi mochten het lokaal níet in. Docenten moderne vreemde talen trokken één lijn. We luisterden aandachtig en trokken ons eigen plan. Let wel: buiten de les.

Op school is ICT inmiddels stevig ingeburgerd. Gelukkig maar. Met lei en griffel werken we al een eeuwigheid niet meer en ChatGPT gluurt naar binnen. Leerlingen beschikken over een ongekende zee aan mogelijkheden om naslag- , kopieer- en oefenfuncties te mobiliseren op hun, jawel: alom beschikbare telefoon.

De suggestie om bij wet te regelen waar en wanneer mobieltjes op school gebruikt mogen worden, getuigt van minachting voor het organiserend vermogen van de school. De school als werkgemeenschap is verantwoordelijk voor gedragsregels én de naleving daarvan.

Er zijn docenten en die bepalen de werkwijzen tijdens de les. Geen mobieltjes in de klas? De school bepaalt. Docenten trekken met z’n allen of per vakgroep/leerjaar één lijn. Punt. En leerlingen trekken hun eigen plan. Buiten school. En leren daarvan, ook nog een halve eeuw later: schermtijd op orde ?

Bij wet willen regelen waar en wanneer mobieltjes op school gebruikt mogen worden, getuigt van minachting voor het organiserend vermogen van de school.

Plaats een reactie