De Eindhovense gemeenteraad buigt zich over de vraag of de Nijmeegse politica Monique Esselbrugge ( D‘66 ), nog een jaartje in de Keizer Karelstad mag blijven wonen. Wegens persoonlijke omstandigheden. Bij haar aantreden een jaar geleden als wethouder kreeg ze al een ontheffing. Me dunkt tijd genoeg om je definitief in je werkplaats te kunnen vestigen. Kennelijk niet.
Blijkbaar lukte het de Democraten uit ‘66 vorig jaar al niet om langs traditionele partijlijnen goede potentiële bestuurders te rekruteren uit de eigen Eindhovense gelederen. En dan dus maar een wethouder ‘van buiten’ invliegen.
Ook Eindhoven kent daarin inmiddels trouwens een rijke traditie.
De toon werd gezet bij de collegevorming in 2010 met drie ‘externen’. In het vorige college van B&W waren er maar liefst vier van de zes wethouders afkomstig van buiten de stad. Binnen hun eigen partijkartel tot grote hoogte gestegen en bereid gevonden om buiten hun eigen woonplaats aan de slag te gaan. Het siert hun ambitie en vermogen tot mobiliteit. Maar ’t deugt niet.
De verbinding met de gemeente waarin zij het belangrijke ambt uitoefenen is nul komma nul. Op straat herkend worden of buurten in ’n café: het is aan hen niet af te lezen. Ze zijn nog ’t gemakkelijkst te vergelijken met consultants en interim-managers. Verstandige en verantwoordelijke lieden die in staat zijn om voor goed geld ’n ingewikkelde klus soms tot ’n goed einde te brengen.
Persoonlijke omstandigheden zijn vooral een doorslaggevende factor bij het maken van loopbaankeuzes door betrokkkene zélf. De positie van wethouder is er een die zich niet verdraagt met wélke afstand en/of afstandelijkheid dan ook.
Zij zijn óns lokale, bestuurlijke én dagelijkse gezicht van de democratie. Zij verpersoonlijken wat ons bindt in de stad en welke onderwerpen onze harten raken. We willen ze ontmoeten op straat, herkenbaar en aanspreekbaar. Ze waren er al en zijn er nog ná hun wethouderschap. Vraagstukken waar de stad mee worstelt zijn ook hen uit ’t hart gegrepen. En dat gaat verder dan de tijdelijke verbinding aan ’n keurig plaatselijk verkiezingsprogramma.
Uit actueel onderzoek van het CBS blijkt dat het vertrouwen van de Nederlander in het openbaar bestuur schrikbarend is gedaald. Slechts 21 procent heeft vertrouwen in politici. Dramatisch. De gemeenteraad wordt door minder dan de helft vertrouwd.
Partijpolitieke carrièrepaden, landelijk uitgezet en lokaal ingevuld, dragen bij aan het wantrouwen. En dat kunnen we niet hebben. Juist ook niet in een stad als Eindhoven, waar grote maatschappelijke uitdagingen de publieke agenda sieren. Dat vraagt om bestuurders met gezag, én van binnenuit.
(Afb.: geldofcs.nl )
