De draad van digitale reflectie pak ik weer op. Zonder blog levert de dagelijks gang me nét onvoldoende bezinning op. En het is immers lente: tijd voor een nieuw begin. Alhoewel daarvan volgens sommigen weinig te merken is.
De bakkersvrouw vroeg zich gistermiddag af of óók ik de herfst om me heen voelde waaien. Ik heb haar uitgelegd dat déze lente betrekkelijk aangenaam schijnt te zijn in vergelijking met het weer in dit jaargetijde, pakweg zo’n honderd jaar geleden. Dat maakte geen indruk. De meivakantie staat voor de deur en dat vraagt om passende weersomstandigheden, aldus leidde ze haar volgende thema in. Zon en warmte, dat hebben we nú nodig. Gezocht ad rem probeerde ik nog dat de meivakantie al helemaal geen betekenisvolle referentie is. Die vakantie is immers uitsluitend vanuit economisch perspectief bedacht. Een verzinsel vanuit de toeristische branche. Vliegen, reizen, verhuren, consumeren: allemaal onder het mom van zorgvuldige logistieke spreiding en sociaal-pedagogische zorg voor ‘het kind’. Maar terwijl ik groeide in mijn betoog, luisterde de bakkersvrouw al lang niet meer.
Het afgelopen halfjaar heb ik me bezonnen op mijn nieuw verworven status. Ambteloos burger, pensionado in de volle zin van het woord. Geen agenda meer die in belangrijke mate van buitenaf wordt geregisseerd en ook geen uitdagende perspectieven in enigerlei relevante maatschappelijke context.
Losse einden bepalen nu in belangrijke mate het dagritme. Aan de zijlijn staan, geen sturing van welke complexe processen dan ook. En dat voelt nieuw. Effe wennen….Heerlijk om weinig verantwoordelijkheden te dragen en dus ook eigenlijk geen verantwoording meer te hoeven afleggen.
Vanuit dit paradijs op aarde heb ik me gestort op padel, een jonge Spaanse tennissport die ook wel wat weg heeft van tafeltennis en squash. Met jongeren ( veertigers en vijftigers) heb ik geprobeerd om me het spelletje eigen te maken. Het lukte wonderwel goed, alhoewel ik me vergaloppeerde in het tempo. Na enkele stevige valpartijen en ander plotsklaps opkomend fysiek ongemak, wees mijn huisarts me vermanend terecht: ‘…dit gaan we niet meer doen, meneer Hendrikse…’
Welk een deceptie, wat een teleurstelling. In het hoofd blijf je jong, en ren je de lente tegemoet. Het vege lijf wil wel mee, maar is geen partij meer voor het jongere aanstormende padeltalent. Midlifers zijn de ouderen op de baan. Aan de zijlijn is plek voor mij.
Niet getreurd, er zijn nog zat balspelletjes die wél leeftijdsonafhankelijk gespeeld kunnen worden. Van petanque tot biljart : aan de bal kan ik blijven. Nog lentes zát.
I

