Wonderschoon, dat kunstdepot in Rotterdam

Dat het bijzonder is, wist ik. Uniek in zijn soort: dat had ik gelezen. En functioneel ontworpen vanuit een zeer innovatief concept, dat was me inmiddels ook wel duidelijk gemaakt.

Één jaar na de opening was ik er. In een groen landschap in wording, daar ligt het. Oprijzend uit het niets. Een verzilverde chocomelbeker. ‘n Slanke badkuip misschien of is het een soepterrine.

Stratenmakers aan het werk achter drillende en trillende machines. Hoveniers in de weer met nog weer een groenere aankleding van het ‘museumeiland’. Wandelpaden, afgezet met rood-wit lint: werk in uitvoering . Gedoe alom opdat de natuurlijke entourage van deze stoofpot nóg aantrekkelijker wordt. Rotterdam op z’n best.

Het Depot van museum Boijmans van Beuningen. Jarenlang werd er over gesteggeld. Rumoer óf het er en zo ja, waar het moest komen. De gemeenteraad van Rotjeknor besteedde er veel tijd en nog meer geld aan.

Het resultaat mag er zijn. Zelden zo zichtbaar en toegankelijk kunnen zien hoe de back-office van een museum er uitziet en functioneert. 151.000(!) kunstschatten worden er bewaard. En daarbij toch ook nog een doorlopende tentoonstelling van topstukken uit de collectie. Studiezalen, workshops, gecompartimenteerde werk- en bewaarplaatsen. Het is er allemaal én toegankelijk voor de argeloze, nieuwsgierige bezoeker.

Groot compliment aan architect MVRDV . Diep onder de indruk van raffinement in het ontwerp. De uitvoering laat ongelooflijk veel mogelijkheden voor vrije fantasie. Overal ruimtelijke vormgeving, doorkijkjes en onverwachte inkijkjes. Vitrines waar je aan zes kanten naar de tentoongestelde kunst binnenin kunt kijken. Vloeren van glas waarbij je over de kunstwerken heen loopt. Schilderijen, zodanig tentoongesteld dat je eindelijk ook eens kunt zien wat er aan de achterkant te lezen of kijken valt. Personen- en goederenliften waarbij alles wat elders vernuftig en spectaculair leek, bijna in het niet valt.

Cultuur een sluitpost in dit land? Ik dacht het niet. Wie zoveel geld wenst te besteden aan een depot en dat ook doet, heeft grote liefde voor de kunsten.

Argwanend toog ik naar de stad aan de Maas. Een depot? En daarvan een toegankelijke attractie weten te maken? Twijfel was groot en voorbereid was ik op een danige teleurstelling. Niks van dat alles. Rotterdam laat wéér eens zien tot welke grote prestaties deze stad in staat is. Het wordt er per jaar mooier, eleganter, stedelijker en diverser. Nog even en en ik ben er van overtuigd dat het stadion van Feijenoord de volgende grote stedenbouwkundige knaller wordt in deze door-en-door werkstad van het eerste tot het laatste uur.

Plaats een reactie